55.070 listings bij 1.205 makelaars in 334 gemeenten. Bij minimaal 48% van de getoetste woningen ligt de vraagprijs boven het wettelijk maximum, zelfs op de voor de verhuurder gunstigste telling (beste schatting: 54%).
10.901 nieuwe listings per maand · 83 zoekenden per woning
02Mediaan €1.320 · maar €35/m² voor losse kamers
03Met een mediaan inkomen mag je 13% van het aanbod aanvragen
04Minimaal 48% boven de max · €4,7 miljoen overmaat per maand
0569% van de toetsbare listings overtreedt minstens één van drie wetten
0641–86% zonder zichtbare grondslag
07Mediaan 17 dagen op de markt · 13 in Limburg, 37 in Zeeland
08Niet één huurmarkt, maar vier verschillende
Periode maart – mei 2026 · coverage 334 / 342 gemeenten · methodologie achterin.
Het Woononderzoek 2024 (Rijksoverheid/CBS, gepubliceerd april 2025) telt 1,8 miljoen actief woningzoekende huishoudens. Dat zijn huishoudens met een verhuiswens binnen twee jaar die minimaal één concrete actie hebben ondernomen. Circa de helft zoekt in de huursector. Daartegenover: elke maand komen zo'n 10.901 nieuwe huurwoningen op de markt, stabiel, derde maand op rij. Over de hele periode zien we 55.070 listings bij 1.205 makelaars in 334 gemeenten. Per nieuwe listing staan 83 huishoudens die actief zoeken.
Dat getal is sindsdien alleen slechter geworden. Het woningtekort liep op van 396.000 naar 410.000 woningen begin 2026. Het aanbod particuliere huur kromp in 2025 met 22%, gedreven door regulering (Wet betaalbare huur), fiscale wijzigingen (box-3, overdrachtsbelasting) en stijgende hypotheekrente. Die krimp treft precies het segment waar deze 10.901 listings toe behoren: makelaars, platforms, particuliere verhuurders.
De 10.901 dekken alle prijssegmenten: sociaal, midden en vrij. Corporatie-toewijzingen via wachtlijsten en institutionele studentenhuisvesting (SSHN, DUWO, SSH) vallen buiten deze telling. De 900.000 huurzoekenden omvatten wél alle huursegmenten (sociaal, midden, vrij). Per deelmarkt verschilt de verhouding: in het vrije segment concurreren minder zoekenden om meer aanbod; in het sociale en middensegment is de ratio waarschijnlijk erger dan 83:1.
Appartementen vormen het grootste segment (5.154), gevolgd door losse kamers (3.826), woonhuizen (1.002) en studio's (744). De compositie zegt meer dan het totaal: een derde van de instroom is een kamer: gedeelde keuken, gedeelde badkamer, mediaan 16 m².
Van die 3.826 kamers is 80% afkomstig van één platform. Bij appartementen is het omgekeerd: honderden partijen, geen dominante speler. Het kameraanbod is een andere markt. Andere spelers, andere huurders, mediaan €650 voor 16 m².
Ook het contracttype verschilt. Circa 79% van het aanbod is onbepaalde tijd, 21% tijdelijk. Maar bij kamers is 29% tijdelijk, bijna het dubbele van appartementen (15%) en woningen (14%). Van die tijdelijke contracten heeft 41-86% geen zichtbare wettelijke grondslag (Sectie 6).
| Provincie | Instroom | per 100k | Aandeel |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | 2.673 | 69,2 | 24,6% |
| Noord-Holland | 2.676 | 89,4 | 24,6% |
| Noord-Brabant | 1.274 | 47,8 | 11,7% |
| Utrecht | 1.032 | 73,2 | 9,5% |
| Groningen | 797 | 132,2 | 7,3% |
| Gelderland | 769 | 35,6 | 7,1% |
| Overijssel | 604 | 50,6 | 5,6% |
| Limburg | 574 | 50,5 | 5,3% |
| Flevoland | 171 | 37,4 | 1,6% |
| Fryslân | 162 | 24,4 | 1,5% |
| Zeeland | 71 | 18,1 | 0,7% |
| Drenthe | 57 | 11,3 | 0,5% |
De tabel telt nieuwe listings per provincie in 30 dagen, niet hoeveel huurwoningen er in totaal staan. Eén grote makelaar die zijn portefeuille even ververst kan een provincie kort opstuwen of laten kelderen. De cijfers dekken maart tot en met mei; elke provincie is het maandgemiddelde over die drie maanden.
De landelijke mediaan van de maandelijke huurprijs is €1.320 over maart–mei (mrt €1.345, apr €1.315, mei €1.300). Dat ene getal verbergt vier markten die nauwelijks overlap hebben. Een kamer van 16 m² voor €650 en een woning van 120 m² voor €2.350 zijn geen varianten van hetzelfde product. Gesplitst naar oppervlakte verschijnen vier prijscurves met elk een eigen piek en spreiding.
De landelijke mediaan is €25/m², maar dat getal maskeert een factor twee: kamers en studio's (≤35 m²) komen uit op €37/m², grote woningen (>110 m²) op €17/m². Wie kleiner huurt, betaalt per vierkante meter meer.
Dat is geen marktinefficiëntie maar een vastekosteneffect: keuken, badkamer en entree kosten ongeveer evenveel, ongeacht het totale oppervlak.
De landelijke huurverdeling is een mengsel van vier totaal verschillende markten. Gesplitst naar oppervlakte valt elk segment op een eigen plek in het prijsspectrum.
Strak geconcentreerd rond €500–€750 (37% van het segment). Boven €1.000 is er bijna niets. De studentenkamer en de startersstudio: goedkoop in absolute euro's, de duurste vierkante meter van de markt.
Brede piek bij €1.000–€1.500, daarna een geleidelijke afname. Het middenhuurmaximum (~€1.228) valt midden in dit segment. Een prijsdaling van €100 verschuift hier duizenden listings van vrije sector naar middenhuur.
Brede piek tussen €1.250 en €2.000, met een dikke staart naar de vrije sector. Mediaan €1.752, tweeverdieners-territoir. Laagste WWS-overschrijding van alle segmenten, want grotere woningen scoren meer punten en vallen daarmee vaker in de vrije sector.
Rechtsscheef naar boven, piek bij €3.000–€5.000. Vrijwel volledig vrije sector.
De mediaan in Amsterdam is €2.150, ruim €400 boven Nijmegen (€1.746) en Leiden (€1.500). Heerlen (€833) en Enschede (€960) zitten op ongeveer 40% van het Amsterdamse niveau, voor dezelfde categorie woningen.
De ranking is over de drie maanden grotendeels stabiel. In 9 van de dertien steden beweegt de mediaan minder dan 3% over mrt–apr–mei. Nijmegen is de grote uitzondering: +26%.
Twee dingen vallen op. Nijmegen ligt op €1.746, boven Rotterdam, Delft en Utrecht. En Utrecht blijft op €1.400, onder Rotterdam en Leiden, terwijl het de vierde stad van Nederland is. Waarom Nijmegen zo hoog scoort, staat in de takeaway hieronder. De lage Utrecht-mediaan komt deels door een paar grote aanbieders met goedkoper aanbod: de grootste levert in zijn eentje 20% van de Utrechtse listings, met een mediaan rond €1.050, ruim onder het stadsgemiddelde.
15.045 kamers, mediaan €650 voor 16 m². 79% ligt boven de maximale huurprijs uit het puntenstelsel (WWS). Het aanbod concentreert in een handvol steden: Amsterdam 13%, Rotterdam 12%, Groningen 11%, Enschede 8%.
Eén platform domineert met 80% marktaandeel. Dat platform vraagt huurders een betaald abonnement (€29,95/maand) om te kunnen reageren. Wie geen abonnement neemt, ziet 80% van de Nederlandse kamermarkt niet.
Verhuurders hanteren een inkomenseis van mediaan 3,3× de maandhuur. De grootste groep, 36%, hanteert exact 3,0×; 33% zit op 3,4-3,5×. Combineer dat met de werkelijke inkomens van Nederlandse huishoudens en je ziet wie er overblijft.
De inkomenseis is geen wet maar een marktnorm. Van de 5.665 zelfstandige listings met expliciete eis zit de grootste groep, 36%, op exact 3,0× de maandhuur. 33% hanteert 3,4-3,5×. Daarboven nog 14% op 4,0×. 7% is soepeler dan 2,8×. Het markt-gemiddelde komt uit op 3,31×.
Voor een typisch zelfstandig appartement van €1.535 kale huur per maand betekent dat een inkomenseis van €61.000 bruto per jaar. Dat is ruim anderhalf keer het inkomen van een mediaan-single (€37k) en zit krap onder dat van een mediaan-stel (€67k). Voor de duurste 25% van het aanbod, vanaf €2.250 per maand, loopt de eis op tot €89.000 of meer. Dat blokkeert vrijwel iedere single, maar valt binnen het bereik van een doorsnee tweeverdienershuishouden.
Een mediaan-single (€37k bruto) mag 13% van het zelfstandig aanbod aanvragen. Voor de armste 10% (€21k) is dat 0%. Pas bij €61k bruto (P80-single) komt iets meer dan de helft van het aanbod in zicht (55%).
Voor stellen verschilt het beleid per verhuurder. Sommige hanteren dezelfde eis als voor singles, andere eisen 4,0× of zelfs hoger voor twee huurders. Dat geeft een spreiding: een mediaan-stel (€67k) komt tussen 37% en 60% uit, afhankelijk van wie verhuurt. De grijze band toont die range, de stippellijn een middenschatting (+0,5× extra eis).
Genoeg aggregaten. Hieronder zoeken we voor negen profielen wat er in mei 2026 daadwerkelijk beschikbaar is. Per profiel: hoeveel listings ze mogen aanvragen, en wat die kosten. De negen profielen zijn samengesteld; de aantallen passende listings en de woonlasten zijn echte queries op het mei-aanbod, de personen illustratief.

In Den Haag passen 177 van de 1.660 permanente appartementen + studio's binnen Anouks plafond. Mediaan binnen dat passende deel: €860 voor 30 m². Daarmee gaat 40% van haar netto-inkomen naar kale huur. Onthoud dat percentage: bij de stellen verderop ligt het rond de 25.

In Eindhoven passen 201 van de 494 permanente appartementen + studio's. Mediaan binnen dat deel: €1.112 voor 48 m², oftewel 41% van haar netto naar huur. Lisa verdient boven de mediaan, maar haar woonquote is vrijwel gelijk aan die van Anouk: het extra inkomen koopt vooral meer vierkante meters, geen lagere huurlast.

In Rotterdam passen 1.413 van de 2.208 appartementen + studio's (incl. short stay). Mediaan binnen dat deel: €1.150 voor 56 m². 29% van zijn netto naar huur: de eerste single in dit rijtje die onder de 30% duikt. Daar is een inkomen in het bovenste kwartiel voor nodig.

In Nijmegen passen 100 van de 130 permanente appartementen + studio's binnen de 3,5×-stel-eis. Mediaan binnen dat deel: €1.498 voor 52 m². 30% van het netto naar huur. Het type huishouden voor wie de huurmarkt nog steeds normaal werkt: anderhalf inkomen, geen kinderen, twee opleidingen.

In Almere passen 173 van de 203 permanente zelfstandige listings binnen de 3,5×-stel-eis. Maar voor een echte gezinswoning (80-110 m², minimaal 3 slaapkamers) blijven er 25 over. Mediaan binnen dat deel: €1.895, oftewel 33% van het netto naar huur. Het inkomen is niet de bottleneck. Het juiste woningtype is schaars: 12% van het permanente aanbod heeft de ruimte die een gezin nodig heeft.

Op de reguliere 3,0×-regel komt Fatima tot een plafond van €1.000. In Amsterdam passen daar 103 van de 4.474 appartementen bij, mediaan €900. Sommige verhuurders hanteren voor ZZP'ers een strengere eis (4,0× in plaats van 3,0×); de Wet goed verhuurderschap verbiedt dat niet, mits objectief toegepast, en het maakt haar bereik nog krapper. Voor een gezin met 2 kinderen (≥1 slaapkamer, 40-80 m²) blijven er 20 listings over.

AOW €1.250 plus een bescheiden pensioen €500 geeft Henk een 3,0×-plafond van €583 kale huur. In Groningen passen daar 36 van de 450 vrije-sector appartementen bij, vrijwel allemaal micro-studio's van 10–25 m². Downsizen uit zijn te grote koophuis (40–70 m², ≥1 slaapkamer) kan bij één listing, een 49 m² op het plafond. De rest is sociale huur met 8+ jaar wachttijd.
Dus blijft Henk zitten. Hij stroomt niet door, en het driekamerappartement dat hij zou achterlaten komt niet vrij. Hoe groot dat effect landelijk is, meet dit rapport niet.

Naomi werkt fulltime maar haar inkomen blijft onder de mediaan. Op een 3,0×-eis komt ze tot €722 kale huur. In Rotterdam passen daar 95 van de 2.156 zelfstandige appartementen bij, allemaal mini-studio's rond 20 m². Realistisch alternatief: de kamermarkt met 443 kamers binnen plafond, mediaan €600 maar dan met gedeelde voorzieningen. Een eigen appartement is voor Naomi structureel onbereikbaar zolang ze in retail werkt.

Daan ontvangt €816 aan studiefinanciering: de basisbeurs van €325 plus de maximale aanvullende beurs van €491, die alleen volledig wordt toegekend bij een laag ouderlijk inkomen. Een mediaan-kamer in Groningen kost €590 kale huur. Over voor eten, vervoer en collegegeld blijft rond €225 per maand. Bijlenen kan: tot ~€315/mnd rentedragende lening plus ~€217/mnd collegegeldkrediet. Dat maakt het haalbaar, maar het is schuld, geen inkomen. Per slaapplek is de kamer de duurste m² van Nederland: 80% kost meer dan het WWS-maximum.
De curve toont per inkomenspercentiel de mediane woonquote van een realistische huur: de mediaan-huur over de listings waarvoor het huishouden formeel kwalificeert volgens de geadverteerde inkomenseis. Die eis begrenst het budget vanzelf aan de bovenkant: bij 3,4× het bruto kan de huur hooguit zo'n 43% van het netto van een single zijn. De berekening bevat daarnaast een budgetkap (kale huur ≤ 45% van het netto) als vangnet, maar die verandert niets aan de uitkomst: zonder kap is de curve identiek.
Singles schommelen tussen 35% en 29% van P10 tot P95; pas bij een top 15%-inkomen (P95) komt de woonquote onder de 30%. Voor de middenklasse blijft die hangen rond 33%, of je nu rond de mediaan of net erboven verdient.
Stellen (fulltime + halftime) zitten 6 à 9pp lager, van 29% (P10) naar 20% (P95). Twee inkomens helpen niet alleen omdat je samen meer verdient, maar ook omdat de halftime-baan in een lagere belastingschijf valt. Het netto-aandeel van het bruto ligt voor een stel rond 76 à 80%, tegen ~68% voor één fulltimer.
De Wet betaalbare huur (1 juli 2024) breidde het puntenstelsel uit naar middenhuur. Bijna twee jaar later vraagt minimaal 48% van het nieuwe aanbod meer dan het wettelijk maximum — ook wanneer elke onzekerheid in de puntentelling in het voordeel van de verhuurder uitvalt. Onze beste schatting: 54%. Ruim €4,7 miljoen per maand aan geadverteerde overmaat, samen €57 miljoen per jaar (geannualiseerd), op dezelfde gunstigste telling. Ondergrenzen, want zittende contracten zijn niet meegenomen. Getoetst is alleen het aanbod met genoeg gegevens voor een betrouwbare puntentelling (volledig adres + WOZ). Het volledige beeld (beste schatting): 54% te duur · 10% conform · 30% vrije sector · 7% onzeker (telt door afronding tot 101%).
Voor elke woning berekenen we de WWS-punten met een gekalibreerd statistisch model. De zwaarwegende kenmerken liggen vast uit officiële bron: oppervlakte (BAG), WOZ-waarde en energielabel (EP-Online). Daarbovenop telt alles mee wat de advertentie zelf vermeldt: keukenkwaliteit, buitenruimte, lift, parkeren, monumentstatus. Alleen wat dan nog onbekend blijft, vooral keuken- en sanitairdetail dat een advertentie zelden noemt, wordt geschat op basis van duizenden echte Funda-woningen. Dat geeft een verdeling met een 90%-betrouwbaarheidsinterval, en we rekenen met de voorzichtige ondergrens, zodat de overmaat nooit wordt overschat.
In dit rapport telt een huur pas als te duur boven de 95%-bovengrens van die verdeling (de zwarte lijn in de scatter verderop): de voorzichtigste schatting, zodat de overmaat nooit wordt overschat. De per-woning huurcheck-badge is soepeler: kans op overschrijding >70% = te duur, <30% = conform, daartussen onzeker. Een bewust ruime grens die twijfelgevallen apart houdt.
Dit rapport meet wat de markt vandaag vraagt aan nieuwe huurders. De miljoenen contracten die in de afgelopen twee jaar al boven WWS zijn afgesloten, worden zelden getoetst. De Huurcommissie behandelde in 2024 ruim 18.500 geschillen (jaarverslag 2024, Huurcommissie), op een voorraad van circa 3 miljoen huurwoningen.
Dit zijn advertentieprijzen. De feitelijke afgesloten huur kan na onderhandeling lager liggen. Maar de geadverteerde prijs is wat huurders te zien krijgen, en wat hun verwachting bepaalt.
Middenhuur (144–186 punten) was tot 1 juli 2024 vrije sector. De Wet betaalbare huur koppelt er nu een maximumhuur aan (€1.184,82 per 1 januari 2025). Elf maanden later zien we in de segmenttabel hiernaast wat de markt doet. Gemeenten mogen sinds 1 januari 2025 handhaven op te hoge huren in zowel het sociale als het middensegment.
De handhaving komt op gang, maar de schaal is nog beperkt. Rotterdam is het meest zichtbaar met straatacties: 6 in Carnisse in 2025, 679 adressen aangebeld om bewoners te informeren over hun rechten. De handhaving zelf blijft reactief, pas na een melding: gemiddeld €350 huurverlaging per succesvolle melding, 25 sancties opgelegd.
| Segment | Aandeel | % > max | Mediaan over | Mediaan pt |
|---|---|---|---|---|
Sociaal≤ 143 pt |
27,0% | 83% | €229/m | 114 |
Middenhuur144 – 186 pt |
30,2% | 75% | €419/m | 167 |
Vrije sector≥ 187 pt |
42,8% | n.v.t. | — | 221 |
Kamers (WWSO)apart stelsel · altijd sociaal |
apart | 79% | €120/m | 41 |
Den Haag screent als enige grote gemeente proactief: 6 fte (wordt 10) controleren niet alleen na klachten maar screenen ook actief verhuurders, met directe boetes tot €25.750 (€103.000 bij herhaling). De overige negen grote steden, waaronder Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, handhaven reactief, pas na een melding, omdat een landelijk huurregister ontbreekt.
Voor een huurder in het sociale segment betekent de mediaan-overschrijding van €229 per maand een onverschuldigde betaling van €2.748 per jaar. In middenhuur is dat €5.028. Bij kamers €120 per maand op huren van mediaan €635, een overschrijding van 18% op een prijs die al volledig wordt gedragen door huurders met het laagste inkomen.
Een score is een optelsom van rubrieken. Oppervlakte domineert, bijna de helft van de punten, en staat exact vast; de WOZ-waarde is voor zelfstandige woningen de tweede pijler. De foutbalkjes tonen de onzekerheid: vrijwel nul voor wat uit officiële bron komt (oppervlakte exact; WOZ ±0,3 punt omdat een klein deel van de woningen met een benaderde WOZ rekent), groter voor wat we schatten (keuken, sanitair, buitenruimte).
Wissel naar kamers en het beeld kantelt: daar telt de WOZ via een vaste 3-traps regeling maar 10 tot 14 punten, en weegt oppervlakte nog zwaarder. Ook oppervlakte krijgt daar een foutmarge, want de verdeling privé/gedeeld moet worden geschat.
Elke punt is een huurwoning. Boven de zwarte lijn (de 95%-bovengrens van het WWS-maximum uit de huurcheck) is de huur te hoog: overprijst (rood); op of onder de lijn legaal (groen). Elke rode punt ligt boven de lijn. 67% van het gereguleerde aanbod ligt erboven (van álle getoetste woningen, inclusief vrije sector, is dat 54%). De lijn ligt net boven de officiële Huurcommissie-tabel (143 pt = €933, 186 pt = €1.228); die marge is de onzekerheid van de check. Vanaf 187 punten geldt geen wettelijk plafond (vrije sector).
De wolk van rode punten boven de lijn is structureel boven het wettelijk maximum geadverteerd, op landelijke schaal: 6.250 van de 9.496 zelfstandige woningen binnen het WWS-bereik (sociaal + middenhuur) zijn overprijst, bijna twee derde van het gereguleerde segment. Geen handvol outlier-makelaars maar de meerderheid.
De wet is bijna twee jaar van kracht. De stabiele non-compliance (beste schatting 54% in maart, april en mei; ondergrens 48%) is niet aan onbekendheid te wijten.
We toetsen makelaars op de drie regels waar onze data sluitend is. Eén is op grote schaal gebroken: 78% van het gereguleerde aanbod vraagt meer dan de maximale huur. Eén werkt grotendeels: 95% van de waarborgsommen blijft binnen de norm. En het energielabel klopt vaak niet. De schade is bovendien geconcentreerd: tien partijen dragen bijna de helft van de €5,0 miljoen geadverteerde overmaat per maand.
| Wet | Getoetst | Binnen norm | Makelaars ≥90% |
|---|---|---|---|
| WWS · gereguleerd | 29.817 | 22% | 59 / 870 (7%) |
| incl. vrije sector geen maximum → conform | 42.313 | 45% | 360 / 1.149 (31%) |
| Energielabel | 17.137 | 74% | 614 / 944 (65%) |
| Waarborgsom | 33.422 | 95% | 370 / 491 (75%) |
| Alle drie de wetten | 9.831 | 31% | 0 / 441 (<1%) |
De grootste bijdrager is geen makelaar maar een marktplaats waar verhuurders zelf adverteren. Platform K alleen is goed voor €1,06M per maand, ruim een vijfde van de totale overmaat; een tweede platform van hetzelfde type voegt nog €0,26M toe.
De staart is niet schoon, maar wel verspreid: 758 makelaars delen de andere helft, elk met een kleine bijdrage. De concentratie zit aan de bovenkant.
De mediane overtreding is €261 per maand boven het maximum, het gemiddelde €443: de staart trekt hard. De zwaarste 25% van de gevallen (listings die meer dan €500 per maand te duur zijn) draagt 65% van alle overmaat.
Bestuurlijk is dat goed nieuws. Een kwart van de gevallen aanpakken, de zwaarste, neemt twee derde van de schade weg. Handhaving hoeft niet elke overtreding te raken.
Van 5.652 listings met zowel een geadverteerd label als een EP Online-registratie komt 69% overeen. Bij 31% niet, en de afwijking is niet willekeurig: 68% is een overschatting. Platform K is de uitschieter met 57% mismatch: verhuurders vullen het label zelf in, zonder platform validatie. Bij 40% van de mismatches gaat het om drie labelstappen of meer. Het register is nog in opbouw, met nadruk op recenter aanbod.
Sinds de Wet vaste huurcontracten (1 juli 2024) is elk huurcontract in principe voor onbepaalde tijd. Tijdelijk mag alleen onder uitzonderingen: campuscontract, diplomatenclausule, leegstandswet, en via een AMvB ook studenten die voor hun studie verhuizen of uit het buitenland komen. WoonBusters classificeerde alle 2.756 tijdelijke advertenties die in mei 2026 online stonden, op advertentietekst.
De ondergrens (2,5%). 68 listings benoemen een uitzondering expliciet: diplomatenclausule (30), jongerencontract (9), renovatie/sloop (8), campuscontract (7), leegstandwet (7), promovendi (3), maatschappelijk (3), tijdelijk werk (1).
De bovengrens (48%). De studenten-AMvB (art. 1 sub a, Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst) staat tijdelijke verhuur toe aan verhuisstudenten en buitenlandse studenten. Telt men élke kamer als mogelijke studentenhuur, dan zijn 1.254 kamers potentieel legaal. Maar de verhuurder moet de uitzondering wél actief inroepen en de aanzegtermijn naleven. Een kamer die simpelweg "tijdelijk" is aangeboden is niet automatisch gedekt.
Apart regime (11,1%). Short-stay (155), onderverhuur (83), hospitaverhuur (44), anti-kraak (25). Niet per definitie illegaal, maar de huurder staat zwakker dan bij een regulier contract.
Een groot deel van de kamers wordt aangeboden als "expat housing". Het platform-label "expat" is zelf geen grondslag: de wet kent geen expat-uitzondering. In het concept van de AMvB vielen arbeidsmigranten nog wél onder de buitenland-uitzondering, maar het onderdeel "arbeid" is voor de definitieve regeling geschrapt omdat de reikwijdte anders te breed werd. De buitenland-grond geldt nu alleen voor studenten, de enige werk-grond alleen voor de Waddeneilanden. Een buitenlander die aantoonbaar tijdelijk in Nederland werkt heeft dus geen route.
Buitenlandse studenten vallen wél onder die studenten-AMvB, dus een deel van deze kamers kan alsnog legaal zijn als de huurder feitelijk student is. Daarnaast gebruiken 70 reguliere makelaars expat-taal als framing voor een tijdelijk contract. De grens tussen doelgroepmarketing en illegale contractconstructie is dun.
Juridisch is de situatie helder: art. 7:271 lid 1 BW. De huurder kan dit inroepen bij Huurcommissie of kantonrechter. In de praktijk weet de huurder dat vaak niet, en zijn platforms niet verplicht hem daarop te wijzen.
De 732 zelfstandige woningen zijn het meest eenduidig: een regulier appartement of woning met een einddatum, aangeboden door een makelaar, zonder zichtbaar studentprofiel. Mediaan €1.175. De studenten-AMvB geldt formeel óók voor zelfstandige woonruimte, maar deze worden verhuurd aan gewone huishoudens, niet aan studenten, en de uitzondering biedt hier geen aannemelijke route.
Rotterdam domineert: 716 van de 2.381 verdachte listings, meer dan Amsterdam (406), Den Haag (119) en Utrecht (114) samen. De concentratie suggereert geen landelijk patroon maar lokale marktpraktijken bij specifieke verhuurders.
Time-to-rent meet hoe lang een advertentie zichtbaar blijft voordat ze verdwijnt. Eén landelijk mediaangetal verbergt een diepe tweespalt: betaalbaar aanbod in de Randstad en Limburg is binnen twee weken weg, in Fryslân, Flevoland en Zeeland duurt het anderhalf tot ruim twee keer zo lang.
Prijs, compliance en aanbod meten wat verhuurders adverteren. TTR meet wat huurders doen. Een listing verdwijnt omdat iemand erop reageert en de woning krijgt. TTR is de enige meting in dit rapport die marktgedrag toont.
TTR is een drukte-meter, geen prijssignaal. In de G4 gaan zowel betaalbare als overprijsde listings snel weg, simpelweg omdat er meer zoekers per listing zijn. Een listing die binnen drie dagen weg is, hoeft geen goede deal te zijn. Het zegt alleen dat er genoeg zoekers waren.
Voor huurders is de implicatie concreet: nationaal verdwijnt 50% binnen 17 dagen, en een kwart al binnen 7. Reageer je niet in de eerste week, dan vis je bij het snelste kwart van de markt achter het net.
Formeel mag een modaal-single een beperkt deel van het aanbod aanvragen (Sectie 3). In de praktijk daalt dat: in de Randstadprovincies en Limburg verdwijnt aanbod binnen twee weken, dus de keuze beperkt zich tot wat op één moment zichtbaar is. Effectieve toegankelijkheid voor een actieve zoeker ligt fors lager dan de headline.
Twee weken reactietijd discrimineert niet alleen op draagkracht maar ook op beschikbaarheid. Huurders die overdag werken, kinderopvangverplichtingen hebben of meerdere banen combineren, zien aanbod voorbijgaan voordat ze kunnen reageren.
Geografisch loopt het sterk uiteen: Limburg en Groningen verhuren betaalbaar aanbod rond de dertien dagen, Utrecht en Noord-Holland rond de veertien, gevolgd door een breed middenveld van vijftien dagen (Overijssel, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland), terwijl de dunne markten oplopen naar achttien tot 24 dagen (Fryslân, Drenthe, Flevoland), met Zeeland als uitschieter op 36.
Het krapste segment: €1.000–€1.228, mediaan 13,0 dagen, direct gevolgd door €1.228–€1.500 (14,0). Precies de starterssegmenten rond de middenhuurgrens. Alles tot €1.500 gaat ongeveer even snel (13–14 dagen); daarboven loopt de tijd op, tot ruim een maand boven €2.750. De 83:1 ratio uit Sectie 1 is een landelijk gemiddelde. Het Nederlandse tekort is een mismatch: het aanbod ligt niet waar de zoekers willen wonen.
Kamers volgen een eigen tempo. Landelijk: 14 dagen mediaan voor kamers, sneller dan zelfstandige woonruimte (18). De spreiding tussen regio's is bij kamers wél veel groter. Twee factoren sturen de kamer-TTR. Ten eerste sociale selectie: kamerverhuur draait op bezichtigingen, huisgenoten die meebeslissen en informele screening. Dat kost tijd die bij een appartement met digitale inschrijving wegvalt.
Ten tweede platformafhankelijkheid: circa 80% van het kameraanbod staat op één platform (Kamernet), en onze TTR meet wanneer de advertentie verdwijnt. Dat hangt mede af van hoe snel de verhuurder de listing offline haalt na verhuur; advertenties die op hun ±30-dagen-verloopdatum verdwijnen tellen niet mee als verhuring (sectie 10). In Flevoland en Limburg is een kamer binnen 7 tot 12 dagen weg; in de Randstad duurt het ±twee weken, in Groningen en Fryslân 17 tot 19 dagen. Voor Drenthe en Zeeland is de steekproef te klein voor een betrouwbare mediaan.
Wissel van metric en Nederland kleurt elke keer anders: prijs, kameraandeel, tijdelijk aanbod, naleving en snelheid. De vijf kaarten lopen nauwelijks gelijk op: van de tien metric-paren is er maar één duidelijk gecorreleerd, namelijk meer kamers betekent meer overtredingen. De andere negen zijn vrijwel onafhankelijk. Prijs voorspelt niet of een gemeente de regels overtreedt, hoe snel ze verhuurt of hoeveel kamers ze heeft.
Mediaanhuur van een zelfstandige woning, landelijk €1.590/mnd. Het duurst in Amstelveen (€2.500), Bloemendaal en Wassenaar (boven €3.000); in krimpregio's zakt het naar €700 à €1.000. Prijs is de enige metric die netjes de Randstad-gradiënt tekent.
Elke gemeente waarvoor we data hebben, met zeven kerncijfers: aanbod, mediaanhuur, prijs per m², woninggrootte, aandeel boven het WWS-maximum, time-to-rent en kameraandeel. Typ een naam om te zoeken, klik op een kolomkop om te sorteren, of exporteer alles als CSV. Een streepje (—) betekent te weinig data voor die metric in die gemeente.
| Gemeente | Listings | Mediaan € | €/m² | m² | % > WWS | TTR (d) | Kamer-aandeel |
|---|
Dit rapport is gebaseerd op dagelijkse monitoring van het Nederlandse vrije-sector huuraanbod. Het dekt het online geadverteerde vrije-sector aanbod breed; corporatie- en informeel aanbod vallen buiten beeld. Hieronder de technische verantwoording.
WoonBusters monitort dagelijks ruim 1.205 verhuurmakelaars via geautomatiseerde scrapers en publieke APIs. Over maart–mei 2026 stonden er 55.070 unieke listings online, inclusief aanbod dat al vóór 1 maart liep. Daarvan kwamen er 32.702 in deze periode nieuw bij, ongeveer 10.901 per maand.
WoonBusters ziet de woningen die de ruim 1.000 makelaars en platforms online adverteren. Buiten beeld blijven corporatiewachtlijsten, institutionele studentenhuisvesting (SSHN, DUWO, SSH) en de informele markt: mond-tot-mond en particuliere verhuur die nooit online komt. Marktbrede uitspraken in dit rapport erven die grens.
De puntentelling volgt het Beleidsboek 2026 van de Huurcommissie. Drie segmenten: sociaal (≤143 pt), middenhuur (144–186 pt), vrije sector (≥187 pt). Een Bayesiaans model schat ontbrekende variabelen (energielabel, WOZ-waarde) op basis van vergelijkbare woningen.
Onderhandelingsdiscount kan reële overcharge verlagen. Lopende contracten van vóór 1 juli 2024 vallen onder overgangsrecht en zijn niet meegenomen.
Voor de huurder is de advertentieprijs wat hij of zij te zien krijgt, en wat de verwachting bepaalt. Voor de toezichthouder is het de eerste plek waar overtreding zichtbaar wordt.
TTR = first_miss_at − first_seen_at · eerste detectie op overzichtspagina tot
eerste verdwijning. Naast de klassieke mediaan over afgeronde verhuringen rapporteren we
een censurering-bewuste schatting (Kaplan-Meier): listings die nog te huur staan tellen
mee als "minstens zo lang te huur gestaan" in plaats van weg te vallen. Zonder die
correctie valt de mediaan 30–50% te laag uit en lijkt elke verse maand kunstmatig sneller.
Elke listing met contract_type = fixed_term is door een taalmodel geclassificeerd op basis van de volledige advertentietekst, de provider, het woningtype en de prijs. Drie emmers: wettelijk · grijs · vermoedelijk illegaal.
Individuele makelaars zijn geanonimiseerd (decielen/percentielen). Per-listing data is beschikbaar voor:
Sinds 1 januari 2025 hebben gemeenten bestuurlijke handhavingsbevoegdheid in middenhuur. WoonBusters levert de monitoring die voor proactieve handhaving nodig is.
WoonBusters meet het huuraanbod, toetst het aan het wettelijk maximum, én biedt gemeenten en makelaars betaalde monitoring- en datadiensten aan. Dat commerciële belang benoemen we expliciet: we hebben er baat bij dat deze cijfers serieus worden genomen.
Dit rapport is een momentopname. Wij monitoren het volledige huuraanbod van 1000+ makelaars dagelijks, per wijk en per makelaar, met WWS-naleving. Voor gemeenten en makelaars beschikbaar als doorlopende monitoring. De cijfers in dit rapport zijn vrij te citeren met bronvermelding.
Volg de huurmarkt van uw gemeente of portefeuille: WWS-naleving per wijk en per makelaar, time-to-rent en prijsontwikkeling, dagelijks ververst. Als maandelijkse rapportage, live dashboard of maatwerkanalyse op uw vraag.
Welke verhuurders structureel boven het WWS-maximum vragen, met geschatte maandelijkse overmaat per makelaar. Onderbouwing voor handhaving onder de Wet betaalbare huur (gemeentelijke bevoegdheid sinds 1 jan 2025).
Dagelijks geüpdate markt- en wijkcijfers via een authenticated API, plus per-listing data op aanvraag. Voor PropTech, beleggers en datateams.
De aggregaattabellen uit dit rapport (334 gemeenten, 1.205 makelaars en provincies) als CSV, voor onderzoek en data-journalistiek.
Vrij te delen en te citeren met bronvermelding (© WoonBusters). Cijfers en grafieken overnemen mag; herpublicatie of doorverkoop van de onderliggende datasets niet zonder toestemming.
Elke dag monitoren we het volledige Nederlandse huuraanbod: 1000+ makelaars, live prijzen, WWS-toetsing en time-to-rent. Beschikbaar als doorlopende monitoring, een B2B-API en een gratis huurcheck.
Dagelijkse monitoring van het Nederlandse huuraanbod · 1.205 makelaars · 334 gemeenten · 55.070 listings (maart–mei). Onafhankelijk, met data ondersteund.
Volgende rapport: 1 juli 2026.