Elke maand komen er ongeveer 10.900 nieuwe huurwoningen online in Nederland. Klinkt veel, tot je het afzet tegen het aantal zoekers: gemiddeld 83 per woning. Dit is de basis onder alles wat volgt: hoeveel er beweegt, en hoe scheef de verhouding is.
Het Woononderzoek 2024 (Rijksoverheid/CBS, gepubliceerd april 2025) telt 1,8 miljoen actief woningzoekende huishoudens. Dat zijn huishoudens met een verhuiswens binnen twee jaar die minimaal één concrete actie hebben ondernomen. Circa de helft zoekt in de huursector. Daartegenover: elke maand komen zo'n 10.900 nieuwe huurwoningen op de markt, stabiel, derde maand op rij. Over de hele periode zien we 55.092 listings bij 1.206 makelaars in 333 gemeenten. Per nieuwe listing staan 83 huishoudens die actief zoeken.
Dat getal is sindsdien alleen slechter geworden. Het woningtekort liep op van 396.000 naar 410.000 woningen begin 2026. Het aanbod particuliere huur kromp in 2025 met 22%, gedreven door regulering (Wet betaalbare huur), fiscale wijzigingen (box-3, overdrachtsbelasting) en stijgende hypotheekrente. Die krimp treft precies het segment waar deze 10.900 listings toe behoren: makelaars, platforms, particuliere verhuurders.
De 10.900 dekken alle prijssegmenten: sociaal, midden en vrij. Corporatie-toewijzingen via wachtlijsten en institutionele studentenhuisvesting (SSHN, DUWO, SSH) vallen buiten deze telling. De 900.000 zoekenden omvat wél alle segmenten. Per deelmarkt verschilt de verhouding: in het vrije segment concurreren minder zoekenden om meer aanbod; in het sociale en middensegment is de ratio waarschijnlijk erger dan 83:1.
Appartementen vormen het grootste segment (5.154), gevolgd door losse kamers (3.826), woonhuizen (1.002) en studio's (744). De compositie zegt meer dan het totaal: een derde van de instroom is een kamer: gedeelde keuken, gedeelde badkamer, mediaan 16 m².
Van die 3.826 kamers komt 80% via één platform. Bij appartementen is het omgekeerd: honderden partijen, geen dominante speler. Het kameraanbod is een andere markt. Andere spelers, andere huurders, mediaan €650 voor 16 m².
Ook het contracttype verschilt. Circa 79% van het aanbod is onbepaalde tijd, 21% tijdelijk. Maar bij kamers is 29% tijdelijk, bijna het dubbele van appartementen (15%) en woningen (14%). Van die tijdelijke contracten heeft 41-86% geen zichtbare wettelijke grondslag (Sectie 6).
| Provincie | Instroom | per 100k | Aandeel |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | 2 679 | 69,3 | 24,6% |
| Noord-Holland | 2 677 | 89,5 | 24,6% |
| Noord-Brabant | 1 275 | 47,9 | 11,7% |
| Utrecht | 1 033 | 73,3 | 9,5% |
| Groningen | 798 | 132,4 | 7,3% |
| Gelderland | 769 | 35,6 | 7,1% |
| Overijssel | 606 | 50,7 | 5,6% |
| Limburg | 578 | 50,9 | 5,3% |
| Flevoland | 171 | 37,5 | 1,6% |
| Fryslân | 162 | 24,4 | 1,5% |
| Zeeland | 73 | 18,6 | 0,7% |
| Drenthe | 58 | 11,5 | 0,5% |
De tabel telt nieuwe listings per provincie in 30 dagen, niet hoeveel huurwoningen er in totaal staan. Eén grote makelaar die zijn portefeuille even ververst kan een provincie kort oppompen of laten kelderen. De cijfers dekken maart tot en met mei; elke provincie is het maandgemiddelde over die drie maanden.
Dit is één hoofdstuk. Het hele onderzoek (prijzen, betaalbaarheid, WWS-naleving, snelheid en geografie over maart–mei 2026) is gratis en vrij te citeren met bronvermelding.