
Landelijk ligt 54,9% van het getoetste huuraanbod boven de wettelijke maximumhuur. Dat gemiddelde verbergt het echte verhaal, want per stad loopt het uiteen van 31% tot 74%. En tegen de verwachting in: de duurste steden staan onderaan, niet bovenaan.
In Groningen ligt 77% van de advertenties boven het maximum, in Nijmegen 73% en in Tilburg 71%. Onderaan staan Amstelveen (31%), Haarlem (39%) en Almere (46%); Amsterdam volgt met 51%. Het verschil tussen de hoogste en de laagste stad is 43 procentpunt.
Je zou verwachten dat de duurste steden het vaakst boven het maximum zitten. Het tegendeel is waar. Het woningwaarderingsstelsel koppelt de maximumhuur aan de kwaliteit van de woning, in punten. In dure steden als Amsterdam en Amstelveen valt een groter deel van het aanbod echt in de vrije sector, boven de 187 punten, waar geen maximum geldt. In studentensteden als Groningen en Nijmegen zit veel aanbod onder die grens, en juist daar wordt de toegestane huur het vaakst overschreden.
Uitgesplitst naar segment is het beeld nog duidelijker. In het gereguleerde sociale segment ligt 83% van de vraagprijzen boven het maximum, bij kamers 79% en in het middensegment 75%. Het zijn precies de goedkopere segmenten, waar huurders het minst ruimte hebben, waar het wettelijk kader het vaakst wordt opgerekt.
Bij elkaar opgeteld vragen verhuurders in het online aanbod ongeveer 5,0 miljoen euro per maand boven het wettelijk maximum, zo'n 60 miljoen euro op jaarbasis. Dat is geen schatting van wat betaald wordt, maar van wat er gevraagd wordt: het verschil tussen de vraagprijs en de maximale huur volgens de punten.
Of een vraagprijs boven het wettelijk maximum ligt, hangt af van de punten van die specifieke woning. Onze huurcheck rekent dat per advertentie uit, gevalideerd op een holdout met een gemiddelde afwijking van 3,4 punten. De cijfers per stad en segment staan in sectie 4 van het marktrapport; per gemeente vind je ze op de huurmarktpagina's. Zoek je zelf, zet dan een alert en check elke woning voordat je tekent.