
Hoe snel een huurwoning verdwijnt, hangt sterk samen met de prijs, maar niet op de manier die je zou verwachten. Niet het goedkoopste aanbod gaat het hardst: het dal ligt in het middensegment. Woningen tussen €1.228 en €1.500 zijn mediaan binnen 12,3 dagen weg; boven de €2.750 duurt het 20,2 dagen.
Van onder naar boven daalt de mediaan eerst licht, tot 12,3 dagen net boven de liberalisatiegrens, en loopt daarna gestaag op: 15,1 dagen tot €2.000, 17,9 tot €2.750, en 20,2 daarboven. De vraagdruk is het grootst precies waar middeninkomens zoeken.
Onder het dal remmen niet de prijzen maar de voorwaarden: het goedkoopste segment bestaat veelal uit kamers en woningen met specifieke eisen (student, urgentie), wat de matching vertraagt. Boven het dal dunt de vraag simpelweg uit: hoe hoger de huur, hoe kleiner de groep die de inkomenseis van 3,5 keer de huur haalt.
Een woning die wekenlang blijft staan, is meestal niet bijzonder, maar te duur voor zijn segment. Het patroon in de curve geeft de richting: rond de €1.300 zit de meeste vraag per woning. Dat is ook precies het segment dat sinds de Wet betaalbare huur onder het puntenstelsel valt; of een vraagprijs daar wettelijk mag, ziet u per listing in onze huurcheck.
Zoek je tussen €1.200 en €1.500, dan is snelheid alles: mediaan 12,3 dagen betekent dat de helft sneller weg is. Boven de €2.000 kun je rustiger vergelijken. Een alert op je prijsband meldt nieuwe woningen direct; de volledige snelheidsanalyse staat in sectie 7 van het marktrapport.